Op de Rand van de Sloot

Museum Haanwijk, 1994

“We bezetten thans alle treden van de trap van het bestaan, van het geestelijke via het organische tot het levenloze. Ik denkt indien mogelijk even als individu. Wij leefden als kuddedieren en samen worden wij zeeën.We hebben niet alleen de ruimtelijke wereld overweldigd, maar zelfs haar zijnsgrond. Niemand kan ons op het punt van het denken of de communicatie de baas; we zijn de best geïnformeerde wezens van het universum, de energiekste dieren van het materiële heelal. En dit alomtegenwoordige monster breidt zich niet alleen ruimtelijk, maar ook ontologisch uit”. (1)

Voor Jan van den Langenberg alle reden zich te verdiepen in de complexiteit van een sloot, een levensader in zijn fysieke landschap. Bevatten biotopen niet de zelfde complexiteiten dan werelden in zich kunnen dragen? Eén kikkervisje in een sloot is een gemakkelijke prooi, maar duizenden tezamen vormen één groot lichaam dat gevaar uitstraalt. Met dit samengeklonterde lichaam de sloot oversteken is de enige mogelijkheid om aan de andere oever te komen.
Letterlijk, langs de rand van de sloot dikkoppen ofwel kikkervisjes vangen, ze op locatie vastleggen om later een plek geven in het beeldarchief. Alles verliep daar, in een lange dag, het moest snel om de visjes zoveel mogelijk te ontzien. De idee was er als bij toeval, men schept met een schoteltje wat kikkervisjes uit zeer ondiep water en je ontdekt hoe de afbeelding op het schoteltje er met de visjes vandoor gaat, letterlijk onder je neus tot beeld verheft. Kleine surrealistische tafereeltjes verschijnen hier voor de camera. Zo ontsnapt men binnen het proces aan het alleen vastleggen voor een beeldarchief. Iets ongrijpbaars, wat blijft fascineren komt er voor in de plaats. Dit toelaten is het begin geworden van een ontdekkingsreis. Schoteltjes werden eilanden, thuisbasis voor tijdelijke bewoning een tussenruimte tussen vertrek- en aankomstplaats. Cultuur gleed zo onder natuur, en werd zo een visuele drager van een verhaal over ons. Terug in de sloot, uitkijken over een langgerekt universum.

(1)Michel Serres - Het contract met de natuur 1992