Nachtbogen

in samenwerking met Galerie O. Zwei, Berlijn, 1994

Jan van den Langenberg

ein Buch
ein Konzept
eine Performance

De spanning was te snijden, de teksten aan de muur zorgden bij voorbaat al voor vele discussies. Michael Glasmeier kunsthistoricus en Jan van Heemst cultuurfilosoof, beide auteurs voor de nog te verschijnen catalogus, hadden hun teksten aan de muur van de galerie bevestigd. Twee bijtende stukken, over hoe vaak te moeten sterven om daadwerkelijk dood verklaard te zijn. De sfeer zat er direct al in en er was verder nog niets gebeurd. De ruimte was minimaal ingericht, een bruin gevernist klapstoeltje met daarop in vloeipapier ingepakte zwarte Engelse schoenen, van het merk Goodyear Welted, stond daar. Voor wat. Later zou blijken hoe pijnlijk en gewelddadig deze schoenen zouden figureren aan de voeten van de Nederlandse kunstenaar Jan van den Langenberg. Een daad met een onverwachte uitwerking en niet vooraf bedachte consequentie.
Op de wand waren lijnen uitgekrast, die daar waar de lijnen elkaar kruisten, gemarkeerd werden door waterslakken. Ernaast twee koperen staafjes, leeg.

De deur van de galerie ging op slot. De ruimte overvol; met een uitzonderlijk uiteenlopend publiek. Twee T.V stations, W.D.R en Berlin T.V., hadden stelling genomen voor een directe uitzending. Ook persfotograven hadden zich om een zwart vierkant van zo’n 120 x120 cm, wat het centrum van de ruimte in bezit nam, verzamelt. Het schaarse t.l. licht ging uit en een daglicht peertje 60 watt net boven het hart van het vierkant floepte aan. Nu werd goed zichtbaar hoe hier horizontale lijnen, met veel kracht dwars door de zwarte was tot diep in de ondergrond waren gekerfd. De gehele plaat zat onder de slakken wat een soort van spijkerschrift suggereerde, iets archaïsch. Ernaast een emmer met waspoeder van het merk Henkel met daarin een zeefje. Zo werden we weer met twee benen op de grond in het nu geplaatst.
Mensen begonnen zich kuddematig op te dringen richting vierkant. Vanuit het publiek kwam een man naar voren, gekleed in wit overhemd met stropdas en zwarte pantalon. Hij nam plaats naast het stoeltje, wisselde van schoenen, in alle rust, alsof hij alleen in de ruimte was. Er heerste nu een absolute stilte. Men kon de camera horen lopen. Als gefixeerd, tot monument verworden, stond hij daar. Een stap verwijderd van de zwarte plaat met daarop de honderden slakkenhuisjes. Eenmaal keek hij recht over de plaat vooruit, dwars door alles heen om misschien wel niets te zien, de leegte te vinden. Waar vindt men de kracht om die ene stap voorwaarts te kunnen doen midden tussen de slakken. Kraak en knispergeluiden ontsnapte vanonder zijn nieuwe leren schoenen. De publieke reactie kwam van diep, een spontane kreun, een zucht vol van afschuw. Kun je het knarsen van zielen van mensen ervaren?

Van den Langenberg, de grens al overschreden, totaal onthecht en niets merkend, ging onverstoorbaar door. De ene voet na de andere werd telkens weer even opgetild om hem vervolgens weer naast de andere, boven op slakken te parkeren. Er ontstond een soort van aftasten, een cirkelvormige beweging eerst langs de randen van de zwarte plaat dan langzaam naar het midden toe. Ook draaide hij gelijktijdig om zijn eigen as. In wat voor zeldzame Soefidans waren we met zijn allen beland. Wat was dit voor podium? Maar er was nog iets. Langzaam vulde de ruimte zich met een overweldigende stank van kadaver, onverwacht of niet, veroorzaakt door de restanten van de lijkjes achtergebleven in de kapot getrapte slakkenhuizen. Het publiek hielt het niet meer, de cirkel rond de danser werd groter en groter. Mensen sloegen de handen voor hun mond. Het slot ging van de deur en deze zwaaide open. Sommige bezoekers vluchten naar buiten, kokhalzend, vol woede en vertwijfeling. Er was verbijstering en afschuw, maar ook verwondering en hardnekkig ondergaan; publiek dat bleef.

Het leek alsof er een verpletterend vraagteken boven het publik kwam te hangen. Nieuwsgierige tinteling de ruimte veroverde. Wat wist deze man wat zij niet wisten, waar kwam hij vandaan, waar kwamen zijn ideeën uit voort, was dit toeval, een schitterend ongeluk of speelde hier verfijnde intuïtie een rol?
We werden hier met vitaliteit geconfronteerd, groot de levendigheid, uniciteit die tot voorbij eigen grenzen ging en alles en iedereen hier kwetsbaar maakte.
Tot aan het centrum van het vierkant waren alle slakken betreden, vermorzeld, in de was getrapt. Even stond hij stil tussen zijn restanten, rechtop. Het witte overhemd ging met (door) de versnelde hartslag op en neer. Met twee stappen was hij uit het vierkant, ging zitten op het klapstoeltje en verwisselde van schoenen. De zwarte plaat, voor hem met daarop de in de was getrapte kadavers, bezat een ingehouden esthetische morbiditeit. De stilte kwam terug in de ruimte terwijl hij leek uit te rusten. Toen stond hij op en liep naar de ton met zeeppoeder aan de andere zijde van het vierkant. Het publiek stroomde weer naar binnen. De cameraploegen niet geweken voor de penetrante geur vervolgde hun opnames. In opperste concentratie werden de slakjes onder een laagje wit zeeppoeder gezeefd die de ruimte langzaam vulde met de (aangename) frisheid van onze moderniteit. Prachtig hoe hier polariserende archeologie werd ontwikkeld, rollen onverwacht werden omgekeerd. Hoe de dood zijn masker af deed en de kijker een ander perspectief schonk. Het zwart wit werd. Was de dood dan toch niet zo negatief en onherroepelijk, vloeit het leven niet uit alles voort, ook uit de dood. Door hiervan getuigen te zijn geweest, konden we ieder voor zich de levende samenhang van eigen ervaringen in ons voelen groeien. We kunnen alleen vanuit een creatieve ervaring, door denken en doen, reflecteren en handelen onszelf vormen en hervormen gaandeweg het leven. Deze ervaring was een onderdeel daarvan.

De plaat was wit gezeefd, verontschuldigd voor zoveel geweld. Mooi de afsluitende handeling hoe hij de schoenen met de schoenzolen vol was aan de koperen staafjes tegen de muur hing. Portretten van Marcel Broodthears zinverwant er direct naast bevestigd, nu niet tussen de mosselen maar vanachter de slakken bewuste getuigen van dit voorval.

Later werd me duidelijk dat het gehele proces letterlijk daar in de galerie tijdens het installeren gestalte had gekregen. Mede een geweldig vertrouwen hebbende op zijn gevoel en op de signalen van een spontaan proces in te gaan, risico te nemen, kon een soortgelijk intensief spanningsveld ontstaan tussen het publiek, de maker en de dingen. We kunnen nog steeds leren uit de deugden van onze tijd. Leren van het ons omringende leven op basis van gelijkwaardigheid.

De slakken daar in de galerie O-Zwei betreden, waren een verzameling van het rapen van deze slakken na het vegen van de sloten in de polders voornamelijk gelegen tegen de stadswallen van ‘s-Hertogenbosch.

Levenskunst nog een maatschappelijke praktijk was.
Inzicht geven dat je daadwerkelijk leeft.

*Met dank aan Günther Rösch, Filosoof



---

Zie ook:

Q.S. Serafijn - Tekst voor de tentoonstelling Nachtbogen
Jan van Heemst - Natuurlijk
Micheal Glasmeijer - Von der Lebendigkeit toter Krähen (DE)